Het meehuil-effect en wat jij daaraan kunt doen

Aansporing tot het blijven uiten van je genuanceerde mening

Dagelijks worden we overspoeld door heftige persoonlijke meningen op sociale media, zelfs om zoiets onschuldigs als een kinderfeest. Racisme, haat en verbaal geweld lijken ‘gewoon’ geworden. Je afzijdig houden lijkt verstandig maar kan verstrekkende gevolgen hebben. Als de massa spreekt, heeft jouw genuanceerde stem echter potentieel een enorme invloed. Lees hier hoe en waarom.

In deze blogs vertel ik over mijn kennis en ervaring als coach en therapeut voor mensen en teams die zich willen ontwikkelen.

 

Om te beginnen een oefening in eerlijkheid
Ongetwijfeld ken je internet, je leest immers deze blog. Reageer je weleens op een post van iemand? En komt het dan voor dat je feller bent dan wanneer je die persoon tegen zou komen ‘in real life’? Hoe zou dat komen denk je? Ken je mensen die op internet aanwezig zijn op hate-sites? Die racistische of haatdragende teksten plaatsen? Ken je ze persoonlijk en zijn ze in het dagelijks leven ook zo? Zo niet, waar zou dat door komen denk je? (En uhm, had je écht nooit iets lelijks gepost, zelf?).

 

De vraag en een stelling
Als je de uitzendingen van Peter R. De Vries kijkt (‘Internetpesters aangepakt’, te zien op RTL), waarin hij mensen confronteert met hun eigen teksten die zij anoniem op internet plaatsten, zie je eigenlijk vrijwel altijd hetzelfde beeld. Het zijn heel gewone mensen zoals jij en ik. Ze zijn geïnspireerd geraakt door anderen. Je zou het een ‘Wilders-effect’ kunnen noemen: als hij mensen weg mag zetten in de Tweede Kamer, is het kennelijk ‘gewoon’.

Het roept bij mij de vraag op hoe iemand tot zijn daden komt, en of er een glijdende schaal is van het uiten van een mening, naar haatdragend zijn, naar agressief? In de sociale psychologie zijn daar boeiende en spraakmakende onderzoeken naar gedaan. Ik neem je mee naar de jaren ’50, ’60 en ’70 van de vorige eeuw.

Drie experimenten
Na de tweede wereldoorlog was het raadsel van de volgzaamheid in nazi-Duitsland de aanleiding voor het uitvoeren van onderzoek. Hadden we hier te maken met iets specifieks of iets universeels? Was het Duitser-eigen of hadden we allemaal een potentiële kampbeul in ons? Geen gemakkelijk onderwerp, zeker niet in die tijd.

 

  1. Onderzoek naar conformeren en volgzaamheid

Solomon Asch deed in 1951 een onderzoek naar de kracht van conformeren, zie het you-tubefilmpje: https://www.youtube.com/watch?v=NyDDyT1lDhA

De opdracht was simpel: er zijn drie staafjes rechts te zien van verschillende lengte, en links één die dezelfde lengte heeft als een van de staafjes rechts. Je moet aangeven welk staafje overeenkomt in lengte. Er waren 6 kandidaten die antwoord gaven. Echter, slechts één van deze personen was de echte proefpersoon, alle anderen waren geïnstrueerd om af en toe allemaal het foute antwoord te geven. Wat zou de echte proefpersoon doen? Wat bleek? 37% van de proefpersonen maakte de eigen observatie ondergeschikt aan die van de groep.

Asch-staafjes

 

De staafjes waren duidelijk te onderscheiden, dus wanneer iemand ‘meeging’ met het oordeel van de groep moest dit wel aan de neiging tot conformeren liggen! Maar wat zou er nu gebeuren wanneer één van de anderen in de groep wél het goede antwoord gaf, en de rest niet? Dan daalde het percentage dat zich conformeerde naar 5%.

 

Voorzichtige conclusie: er zijn dus behoorlijk wat mensen vatbaar voor groepsdruk, zelfs zozeer dat zij hun eigen waarneming in twijfel trekken. Je denkt misschien ‘de meerderheid hield de poot stijf, dus zo erg was het niet’. Lees verder en huiver…

 

  1. Onderzoek naar autoriteit en volgzaamheid

Ongeveer een decennium later, in 1962, deed Stanley Milgram een experiment dat later hevig bekritiseerd is vanwege de heftige effecten op de proefpersonen. Het is het beruchte Yale-University Experiment. De vraag was of mensen tegen hun eigen geweten zouden ingaan wanneer er voldoende druk op hen werd uitgeoefend. Zie het volgende filmpje op You-tube: https://www.youtube.com/watch?v=xOYLCy5PVgM

 

Proefpersonen kregen te horen dat zij deelnamen aan een experiment rond leergedrag. Straffen en belonen zou daarbij helpen, en de mensen die zogenaamd iets moesten leren kregen simpele opdrachten en straffen in de vorm van een voltage bij een foutief antwoord – gespeeld, maar dat wisten de echte proefpersonen niet. Het voltage steeg bij ieder fout antwoord. Op het schakelbord was te zien dat het voltage zeer ernstig tot zelfs dodelijk kon worden (bij 330 volt). Hoeveel van de proefpersonen zouden volgzaam zijn wanneer zij telkens opgedragen kregen dat zij moeten gehoorzamen, omdat ze nu eenmaal ‘ja’ hadden gezegd tegen het experiment?

Het antwoord is verbijsterend: 65% van de proefpersonen ging door tot de dodelijke schok. Kijk het filmpje! Natuurlijk, het is onethisch om deze vraag überhaupt te stellen. En vraag jij je dan ook meteen af of jij zo dapper was geweest om te weigeren? Ik kan het eerlijk niet zeggen wat ik zou durven…

 

Welke conclusie kunnen we hier trekken? Kennelijk is er niet zo heel veel voor nodig om mensen tot onethisch gedrag aan te moedigen. En dan denk ik: hooligans, voetbalrellen, Geldermalsen en de ‘geregisseerde’ opstand tegen het AZC, Pegida, samen schelden op internet…. Wanneer de context voldoende aanmoedigt, gaan mensen dan makkelijker hun ethische grenzen over? Bij dit experiment waren de meeste mensen het oneens met de uit te voeren handelingen. Hoe zit het dan met gedrag dat in de context volgens de deelnemers ‘juist’ is? Daarover gaat het volgende experiment, zo mogelijk nog controversiëler.

 

  1. Onderzoek naar hiërarchie en volgzaamheid

Als je nog twijfelde over de intrinsieke goedheid in ieder mens, dan slaat deze je echt van je hoeven. Het Stanford Prison Experiment uit 1971 (https://www.youtube.com/watch?v=sZwfNs1pqG0) verdeelde heel gewone jongens en meisjes op de universiteit op een op toeval berustende manier in twee groepen: de ‘bewakers’ en de ‘gevangenen’. Om het echt te laten lijken kregen ze verschillende kleding, en werden de gevangenen door de politie ‘gearresteerd’ en naar het namaak cellencomplex onder de universiteit gebracht. Er was geen rollenspel, ieder wist van elkaar wie ze werkelijk waren, er waren geen blinddoeken geweest. Iedereen wist dus het verschil tussen wat ‘werkelijkheid’ was en wat bij dit ‘spel’ hoorde. En toen ging het los…

 

Binnen vijf dagen werd het experiment door Zimbardo zelf stopgezet (overigens pas nadat zijn vriendin dreigde hem te zullen verlaten op basis van wat ze had gezien in de kelder). De ‘bewakers’ waren in die paar dagen volledig doorgeslagen. Er werden straffen uitgedeeld, ‘gevangenen’ werden gedehumaniseerd, getreiterd, gediscrimineerd, gepest, mensen werden tegen elkaar opgezet en uitgespeeld. Iedere dag was er wel een ‘gevangene’ geweest die het mentaal niet trok. Zowel ‘gevangenen’ als ‘bewakers’ gingen soms totaal door het lint.

 

Hoe ‘gewoner’ gedrag om je heen lijkt, des te makkelijker doe je mee. Daarom zijn uitspraken op tv – en zeker door vooraanstaande politici, potentieel zo gevaarlijk.

  1.  De wolf in ieder van ons
    De mens is een sociaal dier; wij kennen geen eenzame wolven. Bij mensen leidt groepsdruk tot gedrag. Als je samen ‘A’ zegt – of ‘minder, minder’ roept – zul je daarna makkelijker ‘B’ doen.

Welke gedrag past bij je uitspraken?


Op internet lijkt de haat algemeen te worden. Er zijn pagina’s waar de gelijkgestemden hun  meningen verkondigen vol haat en verbaal geweld. En daar zijn nauwelijks tegengeluiden, dus het lijkt in de ogen van de groepsleden normaal en gewoon. Van die rollen kan gedrag ontstaan, omdat ook dat logisch lijkt. En je wilt congruent overkomen, dus welk gedrag past bij je uitspraken?

 

Ondanks onze schijnbare ontwikkeling zijn we nog bijzonder primitief. Als er een dwingende context is, een aannemelijke reden om de andere mens tot minder te verklaren dan jouzelf, en een voldoende grote groep die dingen roept, is de kans behoorlijk groot dat je voor de bijl gaat. Wanneer haat en nijd en doodswensen de ‘bon ton’ lijken te zijn, zou het dus zomaar kunnen zijn dat gehoor geven aan die wensen je aanzien in de groep zou vergroten. Eeuwige roem voor de durfal!

 

Tegengif
Als het zo simpel is, geloof ik graag in een antigif. Noem mij idealistisch, maar wanneer er een groepsdruk bestaat die je kan sturen in een negatieve richting, kan het dus ook de andere kant op. Alleen je moet je wél laten horen. Dus ja, laat jouw genuanceerde geluid horen in de haatdiscussies! Denk na voordat je een boze mening post! Spreek die jongens aan die door de wijk lopen en waar je een beetje bang voor bent! Durf voor je mening uit te komen, en zeg er gerust bij dat het je onzeker maakt dat er zoveel mensen iets anders roepen. Want dan is de kans groter dat je buurman, digitaal of echt, jouw geluid herkent en zijn positieve genen ook in werking worden gezet.

Ik wens jou en mij veel gedeeld geluk en een gezond leven.

Dank je voor het lezen, prettig als je wilt delen.

 Fenno Meijer

Wil jij weten of coaching of therapie voor jou of je team van toegevoegde waarde kan zijn? Maak een afspraak, dan bekijken we het samen. fenno@maakpositiefverschil.nl of 06-33676165

Delen?Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+